Waarom we elektronen de 'valuta van het leven' noemen
Ik ga een poging doen waarom je eten niet meer als 'calorieën' moet zien, maar als elektronen/elektriciteit. Alle dingen die met leven en gezondheid te maken hebben draaien om het verzamelen, gebruike
Ik ga een poging doen waarom je eten niet meer als 'calorieën' moet zien, maar als elektronen/elektriciteit. Alle dingen die met leven en gezondheid te maken hebben draaien om het verzamelen, gebruiken en behouden van elektronen. Onze biologie draait op elektronen omdat elektronen de “tandwielen” van ATP-productie laten draaien, ze elektrische lading dragen die onze biochemie aandrijft, en ze regeneratieprocessen voeden als redoxpotentiaal.
Oke, misschien weer een hoop zware woorden, maar ik ga het stap voor stap doornemen. Laten we bij het begin beginnen. Misschien heb je ooit een diëtist of personal trainer gehad, en hadden zij het over ATP aanmaken. Dus dat ons lichaam energie (ATP) maakt van wat we eten (koolhydraten, vetten en eiwitten). Vaak krijg je dan ook een eetschema die gericht is op deze 3 macro’s.
Maar als je iets dieper kijkt, zie je nog iets belangrijks in dit proces van energie maken.
Ok, heel eerlijk; het is begrijpelijk dat zo’n plaatje afschrikt. Maar ik wilde even laten zien dat de energieproductie nog een stukje verder gaat dan simpelweg calorieën verbranden. Links begint met het afbreken van ‘koolhydraten/glucose’ voor energie. Maar het is maar een klein aandeel van de gehele energieproductie. Het echte rendement komt pas linksonder zodra pyruvaat de mitochondria in gaat en de elektronentransportketen kan voeden. De mitochondria gebruiken die elektronen in voeding om spanning op te bouwen, water te maken en dus echte energie te produceren.
Je ziet om de Krebs Cycle de woordjes NAD+ en FAD, dit zijn de lege ‘batterijen’ en NADH en FADH2 de opgeladen batterijen. Ik noem het voor het gemak batterijen, maar ze brengen de elektronen naar de elektronentransportketen. Die keten zit in de binnenmembraan van de mitochondriën. Daar ontstaat een elektrische spanning om de cel. Die spanning is de kern van mitochondriale energieproductie.
Dus ATP ontstaat niet simpelweg door 'eten/calorieën' of ‘vet’ te verbranden, maar doordat de aangemaakte ATP het spanningsverschil (dus elektriciteit) kan behouden. Dat is waarom redox zo belangrijk is, maar daar wijd ik in andere artikelen over uit.
We zijn afhankelijk van elektronen om te leven en te gedijen, omdat elektronen energie, genezing en vloeiendheid van cellulaire communicatie leveren.
Ze noemen mitochondriën dan de 'energiefabriekjes', maar het is ook een batterij die elektrische lading scheidt, elektronen verplaatst, protonen pompt en gebruikt de membraan om energie gecontroleerd vrij te maken. Want dat is ook nog een belangrijk element. Alle energie kan niet in één keer vrij komen, want die heb je misschien om 10 uur in de avond niet nodig, maar 3 uur in de middag wel.
Aan de andere kant veroorzaakt een tekort aan elektronen een positieve lading, wat zich uit als verzuring, ontsteking, lage spanning, uitdroging en zwakke regeneratie van cellen en mitochondriën. Dit versnelt uiteraard veroudering. Simpeler gezegd: elektronen ondersteunen het leven, terwijl een gebrek eraan zwakte, ontregeling, veroudering en vroegtijdige dood veroorzaakt.
Goed voorbeeld is misschien je Iphone batterij. Het eerste jaar kun je er 20 uren mee zonder op te laden, maar in het 3e jaar nog maar 6 uren. Een nieuwe, goede batterij heeft veel spanning. Die spanning ontstaat als lading netjes gescheiden wordt (negatieve elektronen/positieve protonen).
Om het visueel te maken:
Links is de buitenkant van het celmembraan, daar staan de plusjes. Positief geladen. Intra cel: de minnetjes, dus negatief geladen. Daar zie je het spanningsverschil.
Als er te weinig elektronen zijn, zakt de spanning weg. De cel kan dan minder goed energie maken en minder goed herstellen. Ook wel een lage redox genoemd. Vanaf dat moment zie je meestal dezelfde patronen ontstaan. ontstekingen, slecht herstel, snel vermoeid, slechte hydratatie en zwakke mitochondriën. Heel belangrijk om bovenstaande goed te onthouden.
Bron van elektronen
We krijgen elektronen uit vier bronnen:
Aarding De aarde heeft een grote voorraad vrije elektronen. Wanneer je met blote voeten op gras, aarde, zand of natte ondergrond staat, kan je lichaam makkelijker negatieve lading opnemen. Dat helpt om een overschot aan positieve lading te neutraliseren. Daarom voelt aarden vaak kalmerend: het zenuwstelsel krijgt letterlijk meer elektrische stabiliteit.
Zonblootstelling Zonblootstelling werkt anders. De zon geeft niet simpelweg “elektronen”, maar fotonen. Fotonen zijn lichtdeeltjes die elektronen in je huid, ogen, water en mitochondriën kunnen activeren. Licht brengt elektronen als het ware in beweging. Vooral ochtendlicht en goed opgebouwde zonblootstelling helpen je circadiane klok, melatonine, vitamine D, stikstofmonoxide en mitochondriale functie. De zon geeft dus vooral de informatie en energie om elektronen beter te ordenen en te laten stromen.
Voedsel Voedsel levert elektronen via koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze brengen uiteindelijk elektronen naar de elektronentransportketen in de mitochondriën. Daar worden die elektronen gebruikt om spanning op te bouwen en ATP te maken. Voedsel is dus eigenlijk verpakte elektronen, maar de kwaliteit van je mitochondriën bepaalt hoeveel je er echt uit haalt.
Vetverbranding (opgeslagen vet) Opgeslagen vet bevat veel energierijke elektronen. Wanneer je vet verbrandt, komen die elektronen vrij en worden ze via dezelfde routes naar de mitochondriën gebracht. Vet levert veel meer elektronen per molecuul dan glucose. Daarom kan vetverbranding, als je mitochondriën goed werken, zorgen voor stabielere energie en minder afhankelijkheid van snelle suikers.
Waterkwaliteit/hoeveelheid, en hoe strak je mitochondriale eiwitten gekoppeld zijn, verhogen of verlagen vervolgens de energieopbrengst uit die elektronen.
Met waterkwaliteit en hoeveelheid wordt niet bedoeld hoeveel liter kraanwater je per dag drinkt, maar hoeveel EZ water je mitochondria produceren. Hoe beter je waterproductie is, hoe beter je cel als batterij blijft werken. Want dit water is ook aan de ene kant positief geladen en negatief geladen.
Oke even snel visueel maken, maar water komt later nog aan bod.
Links is het water een gel achtige substantie geworden. Rechts is nog gewoon het positief geladen bulk water wat je drinkt uit de kraan. En daartussen ontstaat ook een ‘membraan’ met lading verschil. Waardoor het gemaakte mitochondriale water je echte hydratatie is, maar ook tegelijkertijd een batterij.
Planten zijn als batterijen die altijd aangesloten zijn
Planten zijn ontworpen om 24/7 verbonden te zijn met de aarde. Daardoor kunnen hun wortels elektronen uit de bodem verzamelen en hun bladeren fotonen uit de zon oogsten. Die twee dingen (aarding en zonlicht) maken planten tot batterijen die altijd aangesloten zijn.
Daarom hoeven planten geen voedsel te eten of vet op te slaan zoals wij dat doen. In plaats daarvan oogsten ze alle energie die ze kunnen uit zon, bodem en lucht via het foto-elektrisch effect. Hun chloroplasten, die lijken op mitochondriën bij planten, zetten het licht, water en CO₂ dat ze verzamelen om in suiker via fotosynthese.
Ze slaan relatief weinig van dat voedsel (suiker) op voor magere tijden, omdat ze (verbonden met een constante bron van voeding) kunnen verwachten dat hun volgende maaltijd elke ochtend wordt geserveerd wanneer de zon opkomt.
Daarom gebeurt er in de winter iets interessants. De plant “weet” niet alleen dat het kouder wordt. Hij meet vooral verandering in licht: kortere dagen, lagere zonnestand, minder UV, minder intensiteit, andere verhouding tussen rood en infrarood licht. Dat verandert de hormoonhuishouding van de plant, zoals auxines, abscisinezuur, gibberellinen en andere groeisignalen. Groei wordt afgeremd, bladeren kunnen worden afgestoten, suiker wordt verplaatst naar wortels, knollen, zaden of hout, en de plant gaat in een soort ruststand.
Je hebt ‘eenjarige’ planten die na een seizoen al sterven. Hun strategie is om snel te bloeien in de lente en met hun zaden voortplanting te realiseren. De plant sterft, maar de genetische informatie wordt doorgegeven via het zaad.
Bij meerjarige planten, struiken en bomen ligt de strategie anders. Die investeren juist in opslag en structuur. Ze maken hout, wortels, bollen, knollen of ondergrondse reserves. In de winter laten veel soorten hun bladeren los omdat bladeren duur zijn om te onderhouden als er weinig licht is. Een blad is prachtig in de zomer, maar in de winter kan het een lekkend oppervlak worden: het verliest water, vangt weinig bruikbaar licht en kan bevriezen. Dus de boom trekt voedingsstoffen terug uit het blad, slaat ze op in stam en wortels, en laat het blad vallen.
Dat is een zeer intelligent energiemanagement. Een bladverliezende boom leeft in de winter vooral op zijn opgeslagen reserves en op een lager metabolisch tempo.
Aan de andere kant…
Mensen zijn ontworpen om losgekoppeld en mobiel te zijn
Wij zijn niet afhankelijk van één constante energiebron. We kunnen energie halen uit zonlicht, voedsel, vetreserves, kou, beweging en aarding. Omdat die bronnen niet altijd beschikbaar zijn, slaat het lichaam overschotten op als vet en bouwt het functionele massa op, zoals spieren. Dus nog even op herhaling:
We kunnen energie tweedehands oogsten door planten te eten. Planten vangen zonlicht direct op en zetten dat met water, CO₂ en mineralen om in suikers, vezels, polyfenolen en andere moleculen. Als wij planten eten, krijgen we dus zonlicht in verpakte vorm. Het is niet meer de directe fotonenergie van de zon, maar energie die door de plant is vastgelegd in chemische bindingen.
We kunnen het derdehands krijgen door dieren te eten die die planten hebben gegeten. Dieren eten planten, of andere dieren die planten hebben gegeten. Wanneer wij dierlijk voedsel eten, krijgen we energie die nog een stap verder is geconcentreerd en omgezet. Denk aan vetten, eiwitten, mineralen, DHA, cholesterol en vetoplosbare vitamines. Dat is vooral belangrijk voor een mobiel zoogdier met een groot brein en hoge mitochondriale eisen, zoals wij.
We zetten ook ons eigen opgeslagen vet weer om in bruikbare energie. Vet is eigenlijk opgeslagen licht en elektronen uit eerdere voeding. Wanneer er minder voedsel binnenkomt, kan het lichaam vetzuren vrijmaken en verbranden in de mitochondriën. Dat levert veel elektronen op voor de elektronentransportketen. Daarom is vetopslag evolutionair gezien geen probleem, maar een batterij voor momenten waarop de omgeving tijdelijk minder geeft.
We kunnen elektronen direct verzamelen via aarding en blootstelling aan de zon. Aarding geeft direct contact met de aarde, waardoor het lichaam makkelijker negatieve lading kan opnemen en overtollige positieve lading kan neutraliseren. Zonlicht werkt vooral via fotonen: het activeert elektronen in water, huid, ogen, membranen en mitochondriën. De aarde levert dus vooral lading, de zon levert informatie en energie om die lading goed te organiseren.
En onze zoogdierbatterij wordt opgeladen door blootstelling aan natuurlijke lichtfrequenties. Ochtendlicht, infrarood, UV en de veranderende lichtfrequenties door de dag vertellen je mitochondriën hoe laat het is, welke hormonen actief moeten zijn en hoe energie verdeeld moet worden. Kunstlicht van oa schermen geven een arm en verstorend signaal. Zonlicht laadt de batterij niet alleen met energie, maar vooral met timing, orde en richting.
Macronutriënten zoals vet, koolhydraten en eiwitten zijn in feite opslagcontainers voor de energie van de zon totdat we ze eten en onze mitochondriën die energiebronnen vrijmaken als elektronen, protonen en lichtinformatie. Daarom moeten planten hun hele leven aangesloten blijven op de natuur om in hun energiebehoefte te voorzien (chlorofyl- en chloroplast-gebaseerd metabolisme), terwijl dieren hun batterijen kunnen opladen wanneer en waar ze maar kunnen via het voedsel dat ze eten.
Nog belangrijk om te vermelden. Echt voedsel is ontstaan door het genoemde ecosysteem, maar hoe zit dat dan met kunstmatig eten? De supermarkt ligt vol met kunstmatig gecreëerde producten.
Het bevat nog steeds macronutrienten zoals koolhydraten, vetten en eiwitten, maar de context is er uit. De natuurlijke waterstructuur is weg, mineralen zijn verwijderd, vetten zijn geoxideerd of industrieel veranderd en het product heeft nog maar weinig met licht, bodem of seizoen te maken. Zeker als het al langere tijd wordt bewaard. Het lichaam krijgt dan wel ‘energie’ binnen in de vorm van calorieën, maar geen informatie.
Twee voedingsmiddelen kunnen allebei 30 gram koolhydraten bevatten, maar totaal verschillend zijn qua lichtinformatie, mineralen, waterstructuur, polyfenolen, elektronenstatus en effect op je darmmicrobioom.
Een goed voorbeeld is sinaasappelsap.
Je kunt in de winkel kiezen uit verse sinaasappelsap of uit extract.
Verse sinaasappelsap
Of uit concentraat
Een echte sinaasappel is een compleet biologisch systeem. De suiker zit daar niet los in, maar verpakt in vezels, celstructuren, mineralen, organische zuren, polyfenolen, enzymatische restinformatie, plantaardig water en lichtinformatie uit de groei van de vrucht.
Bij sap uit concentraat begint het vaak met persen. Daarna wordt het sap meestal gefilterd, zodat pulp, vezels en vaste delen eruit gaan. Vervolgens wordt water verwijderd door verhitting of vacuümverdamping. Wat overblijft is een dikke concentraatmassa. Die is makkelijker te vervoeren en langer houdbaar.
Maar tijdens dat proces verlies je veel van wat de vrucht oorspronkelijk maakte tot een vrucht. Geurstoffen verdampen en waterstructuur met informatie verdwijnt. Een deel van de gevoelige plantstoffen oxideert. En de natuurlijke verhouding tussen water, suiker, zuren, vezels en mineralen wordt veranderd. Daarom worden er later vaak aroma’s, smaakstoffen of vitamine C toegevoegd om het product weer meer op sinaasappel te laten lijken, maar vooral proeven, want anders zou niemand het kopen/consumeren.
Eerst wordt dus de vrucht uit elkaar gehaald, geconcentreerd, gestabiliseerd en opgeslagen. Daarna wordt het weer “teruggebouwd” met water en toevoegingen. Maar je krijgt nooit echt de oorspronkelijke vrucht terug. Je krijgt een gereconstrueerd en kunstmatig product dat qua smaak en etiket op sinaasappel lijkt.
En daarmee is de volledige elektrische en licht informatieve staat van de sinaasappel aangepast.
En daarmee starten ook de problemen:
Men komt niet veel meer buiten in zon/daglicht.
Men eet veel kunstmatig eten.
Men loopt op schoenen geïsoleerd van de aarde.
Men loopt op een glucose afhankelijk metabolisme met kapotte vetverbranding.
En punt 5, wat de versneller is: men leeft in een elektrische omgeving die elektronen steelt van het lichaam. Waardoor veroudering en problemen nog sneller voordoen. Dit is een mooi onderwerp voor het volgende artikel.
Maar wil je je gezondheid verbeteren? Dan begint het met het verbeteren van punt 1, 2, 3 en 4. De elektrische spanning moet weer terug in je leven komen, zodat je elektronen bankrekening weer omhoog knalt. De valuta van het leven.