Waarom beginnen wij altijd over licht en hameren we er zo op om eerst je lichtomgeving te verbeteren en dan de rest.
De vraag; maar waarom beginnen jullie steeds met dat licht? Hier is het antwoord.
Om maar met de deur in huis te vallen: alles om ons heen ontstaat wanneer (zon)licht wordt afgeremd. Doordat licht vertraagt kan het een ‘vorm’ aannemen.
Bijvoorbeeld als dit licht op een aminozuur in het oog valt, vertraagt het en kan het bijvoorbeeld dopamine maken. Dopamine reguleert hogere hersenfuncties, spieren en ons gedragsmatige beloningssysteem. Een van de redenen waardoor je een ander mens kan voelen zodra de lentezon flink doorbreekt.
Ander voorbeeld is Melatonine. Velen bekend als ‘slaaphormoon’, maar is veel meer dan dat. Wanneer licht een ander aminozuur raakt, absorbeert dat aminozuur UV-fotonen en maakt melatonine. Melatonine reguleert slaap en mitochondriale recycling, oftwel herstel reparaties en opruimen van rommel.
Hetzelfde geldt voor een neurotransmitter die je een goed gevoel geeft, serotonine genaamd. Serotonine wordt gemaakt wanneer licht het oog en de darmwand raakt (de spijsvertering laat licht vrij uit voedsel).
Het spijsverteringssysteem zal nooit optimaal kunnen functioneren wanneer er sprake is van een verstoring van het dag-nachtritme (bioritme), bijvoorbeeld door een ontregeling van melanopsine of blauw licht toxiciteit (Dus altijd binnen in blauw licht of veel schermtijd). In zo’n situatie is het extreem moeilijk om je darmen te verbeteren met alleen voeding.
Serotonine speelt dus een belangrijke rol in de regulatie van de spijsvertering. Dat wordt logisch wanneer je beseft dat het grootste deel van de serotonine in het lichaam in de darm wordt geproduceerd, mede beïnvloed door lichtsignalen via het microbioom en de licht omgeving waarin we leven. Daarom wordt serotonine voor een groot deel in de darm aangemaakt en niet in de hersenen.
Zo wordt chronische verstopping bijvoorbeeld in verband gebracht met lage serotonineniveaus in de darmwand. Tryptofaan wordt beïnvloed door zonlicht en kan serotonine vormen wanneer licht wordt “vertraagd” in het lichaam. Serotonine kan vervolgens worden omgezet in melatonine, mits dit proces niet wordt verstoord door blootstelling aan blauw kunstlicht in de avond. Waarom we dus hameren om je verlichting in huis aan te passen of een blauw licht blocker te gebruiken.
Blauw kunstlicht kan de melanopsine in je oog ontregelen, waardoor melatonine daalt en belangrijke processen die het mitochondriale DNA aansturen worden verstoord. Dit wordt later nog wel duidelijker.
Als je dan ziet dat serotonine weer kan worden omgezet naar melatonine, zie je weer hoe groot de rol van melatonine ook weer is op je darmen. Het reguleert namelijk je darmbeweging, het immuunsysteem, de afscheiding van stoffen in het maag/darmkanaal en de balans van hoe je energie ervaart.
Verstoor je dit weer met blauw kunstlicht verminder je daarmee je vermogen om te herstellen en uitgerust wakker te worden.
Bacteriën zijn extreem gevoelig voor hoe snel of traag voedsel en afval door de darm bewegen. Als die beweging vertraagt of onregelmatig wordt, krijgen bepaalde bacteriën meer kans om te groeien en andere minder. Zo verschuift de samenstelling van het microbioom.
Ten tweede werkt melatonine als een antioxidant. Het beschermt de darmwand tegen oxidatieve stress. De darm is een plek waar veel chemische reacties plaatsvinden en waar bacteriën continu stoffen produceren. Zonder voldoende bescherming raakt de darmwand geïrriteerd of beschadigd. Dat verandert de leefomgeving van bacteriën en kan leiden tot dysbiose, een verstoring van de balans in je darmflora.
Daarnaast heeft melatonine invloed op het immuunsysteem in de darm. Ongeveer zeventig procent van je immuunsysteem zit daar. Melatonine helpt bepalen welke bacteriën worden getolereerd en welke worden aangevallen. Als dat signaal zwakker wordt, kan de controle over bacteriële populaties verslappen.
Er is ook een direct effect op bacteriën zelf. Sommige studies laten zien dat melatonine de groei van bepaalde micro-organismen kan remmen en andere juist kan ondersteunen.
En als serotonine laag is door gebrek aan daglicht, heb je minder grondstof om melatonine te maken. Daardoor vallen al die regulerende effecten deels weg.
Ik wijd een beetje uit van mijn oorspronkelijke idee, maar ook de productie van dopamine heeft een sterke relatie met je darmen. We weten dat het je bijvoorbeeld focus en motivatie kan geven, maar het helpt ook bepalen hoe je darmen bewegen.
Je darmen hebben een eigen ritme. Dit noemen we darmmotiliteit: het proces waarbij voedsel wordt gekneed, gemengd en voortbewogen door de darm. Als dat ritme goed afgestemd is, beweegt voedsel in een rustig en gecontroleerd tempo door het spijsverteringskanaal.
In de darm zitten receptoren die gevoelig zijn voor dopamine. Die helpen om de timing van die beweging te reguleren, zodat het niet te snel en niet te traag gaat.
Bij klachten zoals SIBO, een opgeblazen buik of prikkelbare darm zie je vaak dat dit ritme verstoord is. De beweging wordt dan onregelmatig of chaotisch, waardoor voedsel te lang blijft liggen of juist niet goed wordt verwerkt. Dat geeft bacteriën de kans om zich op de verkeerde plek te vermenigvuldigen, wat de klachten verder verergert.
Dopamine doet daar nog meer. Het beïnvloedt ook hoeveel spijsverteringssappen je aanmaakt, hoe goed de darmwand wordt doorbloed en hoe stoffen zoals natrium worden opgenomen. Het helpt zelfs om de darmwand te beschermen tegen schade, zoals zweren.
Dit systeem begint dus niet in de darm of bij voeding, maar bij licht. En daar komt ook zonsopgang om de hoek kijken. Ook daar hameren we heel erg op.
Zodra dat het eerste licht is, wat je in je ogen krijgt, begint er een orkest te spelen, gedirigeerd door de zon. Het zet je centrale klok in je hersenen gelijk. Dan gaat cortisol aan. Je wordt er wakker van, energie wordt opgewekt zodat je lichaam actief kan worden. Tegelijkertijd stijgt dopamine, zodat je focus, motivatie krijgt en zet het systemen zoals je darmen in beweging.
Genoeg voor een lekker ochtendpoepje. Vaak goed teken dat je bioritme juist is afgesteld.
Serotonine volgt al snel en speelt een grote rol in je stemming en vertering, daarom eerst naar buiten en dan pas eten. Later op de dag, naarmate het licht afneemt, mits je niet onder blauw kunstlicht blijft zitten, zet deze aangemaakte serotonine om in melatonine.
Daarom is het belangrijk om na zonsondergang niet meer te eten, want de darm gaat door de melatonine in rust, herstel en opruimingswerkzaamheden.
Dit is hoe je wellicht denkt een ‘gezond dieet’ te hebben, maar nog steeds darmproblemen ervaart. Daarom beginnen wij met licht.
Zoals geschetst, is het oog gevuld met aminozuren zoals tryptofaan, tyrosine, fenylalanine en histidine die zonlicht opvangen om neurotransmitters te maken. Maar het meest interessante aan de omzetting van energie naar materie is dat licht het pad bepaalt, direct zoals hierboven beschreven, of indirect via voedselelektronen die geprogrammeerd zijn met licht via fotosynthese.
Het omzetten van lichtfrequenties in materiële substantie, die transformatie, gebeurt voortdurend in de biologie. Maar alles begint als licht. Dingen met massa ontstaan wanneer hoogenergetisch licht vertraagt en condenseert tot materie met lagere energie. Dan kun je het aanraken of meten, als licht in zijn vaste toestand.
Fotosynthese
We hebben op de biologieles geleerd dat de voedselketen begint met fotosynthese in planten. Fotosynthese neemt de fotonische energie van de zon, combineert deze met koolstofdioxide en water, en zet dit om in chemische energie in de vorm van suiker. Deze suikers voeden organismen in de hele voedselketen, van bodemmicroben onder de plant, tot de planten zelf, tot de dieren die die planten eten, enzovoort.
Het belangrijkste om te begrijpen is dat fotosynthese een ongrijpbare en onzichtbare ‘energie’ omzet in chemische, tastbare en grijpbare energie: suiker. Fotosynthese zet licht om in tastbare materie, met als prettig bijproduct voor dieren zuurstof. En het grote “aha”-moment, die ik ook een paar jaar geleden kreeg: wanneer je voedsel eet, eet je eigenlijk gecondenseerd zonlicht zonder dat je het waarschijnlijk doorhad!
Maar de les die we niet op school hebben geleerd, is dat onze mitochondriën hetzelfde proces in omgekeerde richting doen: ze nemen voedsel (suikers en vetten) en zuurstof, en zetten die weer om in CO₂ en water.
Bij fotosynthese gebeurt dit: Planten nemen lichtenergie van de zon op en gebruiken die om koolstofdioxide en water om te zetten in glucose. Glucose is opgeslagen energie, een soort “pakketje” waarin zonlicht is vastgelegd in chemische vorm.
Bij cellulaire ademhaling gebeurt het tegenovergestelde: Cellen (van planten, dieren en mensen) nemen die glucose en breken die weer af met behulp van zuurstof. Daarbij komt de opgeslagen energie weer vrij.
Een deel van die vrijgekomen energie wordt gebruikt om ATP te maken. ATP is de directe energiebron waar cellen op draaien. Daar doen ze al hun werk mee.
Maar niet alle energie wordt nuttig gebruikt. Een deel gaat verloren als warmte. Dat is waarom je lichaam warmte produceert en waarom energie in de natuur nooit volledig efficiënt wordt omgezet.
Het interessante om te weten, vind ik, is dat voedselelektronen energie en informatie van de zon dragen, die vrijkomt wanneer deze elektronen langs de elektronentransportketen bewegen. Planten en dieren vormen tegenovergestelde uiteinden van een onderling afhankelijk, gekoppeld systeem, waarbij het afval van het ene organisme de schat (voeding) van het andere is. En zo de hele voedselketen (en eigenlijk gewoon het leven) op aarde begint bij de zon.
Het foto-elektrisch effect
In 1922 won Albert Einstein de Nobelprijs voor zijn werk waarin hij het foto-elektrisch effect beschreef. Het foto-elektrisch effect legt uit hoe licht bepaalde materialen elektronen laat uitzenden.
Het is een fundamenteel fenomeen in de natuurkunde dat een rol speelt wanneer en waar licht moet worden opgevangen, getransporteerd en gebruikt. En het is nog een reden waarom elektronen zo belangrijk zijn voor gezondheid en herstel: ze vangen licht op en leveren het af.
Oke het wordt misschien iets te technisch, maar dit stukje vind ik nog wel even cruciaal om het belang van je lichtomgeving aan te duiden.
Foto elektrisch effect wordt meestal zo uitgebeeld:
Dus licht frequentie valt op materiaal (in de afbeelding een stuk metaal). De energie van het licht wordt overgedragen aan elektronen in het materiaal. Als die energie hoog genoeg is, krijgen die elektronen als het ware een ‘duw’ om los te komen. In het lichaam gebeurt dit dus continu, maar dan subtieler. Cellen werken met elektronenstromen.
In je mitochondrien worden elektronen verplaatst om energie te maken, dit is je basis van je eigen energieproductie. Het effect van zonlicht in je ogen, zoals ik hier boven heb beschreven, begint eigenlijk met het reageren van elektronen op licht. En onze gezondheid gaat in de basis over hoe goed we ‘elektronen’ kunnen verzamelen, vasthouden en gebruiken in de vorm van energie. Het is dus niet dat zonlicht je magisch geneest van alles (wat soms zo lijkt omdat we het altijd overal en in elke situatie benoemen), maar het ligt aan de basis van je meest fundamentele principe: elektronen die je cellen laten functioneren of niet.
Als bijvoorbeeld het zonlicht op je huid valt, starten er bepaalde processen zoals vitamine D aanmaak. Ook dit begint bij de beïnvloeding van elektronen.
En dan nog net een stapje technischer:
Op subatomair niveau zorgt het foto-elektrisch effect ervoor dat wanneer licht een elektron raakt, het dat elektron laat draaien (spin) op bepaalde manieren, afhankelijk van de frequenties van het geabsorbeerde licht (bijvoorbeeld zichtbaar licht, infrarood en UV), en van de intensiteit daarvan. Elektronen behouden die spin totdat mitochondriën het proces omkeren door voedsel om te zetten in ATP.
Via cellulaire ademhaling zetten mitochondriën die spintoestanden weer om in vormen van licht die onze cellen kunnen gebruiken. Bovendien geven die spintoestanden onze mitochondriën informatie over de omgeving waarin het voedsel is gegroeid, wat het lichaam gebruikt om het metabolisme en infradiaanse ritmes te reguleren.
Daarom kan een mismatch invloed hebben op hoe je je voelt na het eten van iets. Denk aan een banaan uit Brazilië in de Nederlandse winter. Als jij in een bepaalde omgeving leeft, bijvoorbeeld een koud klimaat met weinig zonlicht in de winter, dan verwacht je lichaam andere omstandigheden dan wanneer je in de tropen leeft. Dat heeft invloed op hoe je voedsel verwerkt. Niet omdat het voedsel “verkeerde elektronen” heeft, of ongezond is, maar omdat jouw lichaam op dat moment anders staat afgesteld.
Denk concreet:
In de winter, met weinig licht, draait je systeem anders dan in de zomer. Als je dan constant voeding eet die typisch hoort bij een heel ander licht- en seizoenspatroon, kan dat minder goed aansluiten op wat je lichaam op dat moment nodig heeft.
Met andere woorden, licht “programmeert” de elektronen in de cellen van een plant via hun spin. In levende systemen ontcijferen mitochondriën deze spintoestanden later en zetten ze om in verschillende lichtfrequenties, maar vooral in infrarood (IR) en ultraviolet (UV).
Met welk doel? Het “gereconstrueerde” licht geeft energie aan respiratoire eiwitten. Daarnaast helpt het bij het opbouwen van zogenaamd exclusion zone-water, dat cellen gebruiken om hun processen aan te drijven, maar dat is weer een hele aparte module.
In het verlengde hiervan verklaart het foto-elektrisch effect ook waarom veel planten moeite hebben om buiten hun natuurlijke lichtomgeving te leven, terwijl de meeste dieren vrijwel overal kunnen overleven zolang temperatuur en voeding dat toelaten. Het verschil zit in het aantal elektronen dat aanwezig is in de kern van hun meest basale moleculen.
Chlorofyl, dat fotosynthese in planten mogelijk maakt, lijkt sterk op hemoglobine, dat zuurstof transporteert in dieren.
Het grootste verschil is dat chlorofyl een magnesiumatoom in de kern heeft, terwijl hemoglobine opgebouwd is rond een ijzeratoom. Magnesium is lichter en heeft 12 elektronen die licht kunnen absorberen, terwijl ijzer, dat zwaarder is, er 26 heeft.
(Voor wie niet weet wat hemoglobine of chlorofyl is: hemoglobine zit in je bloed, in je rode bloedcellen om precies te zijn. Het bindt met zuurstof in je longen en brengt dat naar de cellen, zodat mitochondriën daar weer energie mee kunnen maken.
Choloryfil zit in planten. Het vangt licht op en gebruikt die energie om glucose (suiker) te maken. Ze lijken qua structuur opvallend veel op elkaar, maar het verschil zit in dat de een zonlicht opvangt en hemoglobine zuurstof opvangt wat weer nodig is om van die glucose weer energie te maken)
Minder elektronen betekent dus dat chlorofyl slechts een kleiner deel van het lichtspectrum kan absorberen en gebruiken, vooral blauw en rood licht, om fotosynthese aan te drijven. Daardoor zijn planten minder tolerant en minder flexibel bij veranderende lichtomstandigheden dan hogere levensvormen die hemoglobine gebruiken, zoals wij. Te veel licht kan een plant beschadigen, te weinig licht betekent dat ze niet genoeg energie kunnen produceren om zichzelf te voeden.
In het dierenrijk heeft het ijzer in hemoglobine meer dan twee keer zoveel elektronen als magnesium. Dat stelt het in staat om een veel breder spectrum aan licht te absorberen en te benutten, inclusief infrarood, ultraviolet en alles daartussenin. Daardoor zijn dieren veel beter bestand tegen suboptimale lichtomstandigheden en kunnen ze toch functioneren.
Eenvoudig gezegd hebben dieren grotere en betere “opslagtanks” voor licht. Hoe meer elektronen je hebt, hoe beter je in staat bent om licht te verwerken. Maar dat betekent ook dat we er afhankelijker van zijn en daarom is het wederom zo belangrijk dat we beginnen bij het verbeteren van onze lichtomgeving.
Optimale gezondheid hangt af van ons vermogen om licht te gebruiken
Licht vormt het begin en het einde van de biologie op aarde.
Licht vertraagt en vormt alle materie in het universum via Einsteins vergelijking E = mc².
Licht combineert met CO₂ en water en vormt zo de basis van de volledige voedselketen via fotosynthese.
Maar hoe belangrijk deze fundamentele processen ook zijn, je kunt het belang van licht voor meercellige organismen pas echt begrijpen als je ziet wat er gebeurt nadat licht je lichaam binnenkomt.
Een gezond lichaam is in staat om licht op te vangen, op te slaan, te transformeren, te gebruiken en opnieuw te absorberen.
Fotoreceptoren in de ogen, huid, darmen en longen vangen lichtinformatie op.
Dus daarom bijvoorbeeld niet standaard een zonnebril op, daarom zonnetraining vanaf Maart, vandaar ook je romp vaker in zonlicht (dus met weinig kleding) en je binnenverlichting verbeteren.
Deze lichtgevoelige biochemische structuren, ook wel opsines genoemd, functioneren als sensoren en schakelaars die onze interne “apotheek” activeren. Ze sturen de aanmaak van hormonen en neurotransmitters die ons metabolisme, onze slaap-waakcyclus en herstelprocessen reguleren.
Cellen slaan lichtenergie op wanneer het water in en rond de cel wordt blootgesteld aan voornamelijk infrarood en zichtbaar licht. Dat licht verandert normaal water in een geladen, gescheiden structuur die e-zone water wordt genoemd.
DHA zet licht om in gelijkstroom (DC-elektriciteit) en kan dit proces ook weer omkeren.
Respiratoire eiwitten in de binnenmembraan van mitochondriën nemen licht van een bepaalde frequentie op en zetten dit om in een andere. Zo nemen mitochondriën licht dat via elektronen wordt gedragen en geven het weer af als infrarood. Dit zorgt voor warmte en beïnvloedt de structuur van water rondom deze eiwitten, waardoor hun efficiëntie toeneemt.
Uiteindelijk is het toch weer een lang verhaal geworden, maar wilde een goed verhaal maken op de eeuwige vraag: waarom hameren jullie zo op dat licht? Hierom dus.